In 1569 werd het eerste Dolhuis van Amsterdam gebouwd op de Kloveniersburgwal.
Dit Dolhuis werd voor een groot deel geschonken door de familie
Boelens. Zeven jaar eerder werd de zwangere mevrouw Boelens gebeten
door een dolle vrouw. Ze was doodsbenauwd voor de gevolgen voor
haar ongeboren kind. Het kind mankeerde niets bij de geboorte.
Uit dankbaarheid schonk meneer Boelens 3.000 gulden van het familiekapitaal
aan het stadsbestuur voor de bouw van een Dolhuis. Dit eerste Dolhuis
bestond uit elf cellen. Al snel werd dit huis te klein en werd
het tot 1703 verschillende malen uitgebreid tot uiteindelijk 53
cellen. Dit was echter nog steeds bij lange na niet voldoende en
in de loop van de 18e eeuw werden er steeds meer krankzinnigen
naar het Buitengasthuis overgedragen.
In 1792 besloot het stadsbestuur het Dolhuis te sluiten. Het Buitengasthuis
was toen het enige krankzinnigengesticht van de stad.
| 
 © 'Pest- en Dolhuys', museum van de psychiatrie |