Tot in de 19e eeuw was er van behandeling van de krankzinnigen
in het Buitengasthuis nauwelijks sprake. Mensen werden er wel opgevangen,
maar niet behandeld. De omstandigheden waren bedroevend. De arts
C.J. Nieuwenhuis oordeelde in 1821: Het Buitengasthuis is
geenszins een inrichting voor krankzinnigen, maar een magazijn
van gekken. Deze opvatting veranderde halverwege de 19de
eeuw. Krankzinnigheid werd toen voor het eerst als een behandelbare
ziekte gezien. Het Buitengasthuis vond men daarvoor geen geschikte
plek. Rust en ruimte waren nodig. Dit werd gevonden in Bloemendaal,
in het Provinciaal Ziekenhuis Santpoort. In 1849 opende dit toen
ultra moderne krankzinnigengesticht haar deuren.
| 
 © 'Pest- en Dolhuys', museum van de psychiatrie
|